Onderhoud


1. Bemesten
Om uw grasveld gezond en mooi te houden, is het van belang uw gazon driemaal per jaar te bemesten met een langzaamwerkende meststof. Deze mest geeft gedurende meerdere maanden voortdurend voeding af: het bevat de juiste verhouding stikstof (N) voor de bladontwikkeling, fosfor (P) voor het wortelgestel en kalium (K) voor de celstructuur van het gras, wat het beter bestand maakt tegen kou, droogte en ziektes. Bovendien is er met deze meststoffen geen kans op verbranding. Begin in maart/april met stikstofrijke voorjaarsmest en eindig in september met kaliumrijke najaarsmest.

TIP: behandel uw gazon met DCM Gazon Pur. De mest heeft een indirecte werking tegen mos en verrijkt met magnesium voor een diepgroene kleur.

2. Maaien
Maai uw gazon niet te kort (3 à 4 centimeter) en maai regelmatig. Dit betekent dat u in de groeiperiode van de graszoden tweemaal per week moet maaien. Maai per maaibeurt nooit meer dan een derde van de lengte van het gras en werk met scherpe messen! Vang het gemaaide gras op om de groei van onkruiden, de verspreiding van schimmels en vervilting tegen te gaan.

3. Beregenen
In een groeizame, maar aanhoudend droge periode is beregenen noodzakelijk. Versgelegde zoden dienen dagelijks beregend te worden. Het gras mag wel opdrogen, maar zeker niet uitdrogen! Als de gelegde zoden eenmaal goed vastgeworteld zijn, kunt u beter eens in de week overvloedig sproeien (een ‘bui ‘van 10 millimeter), dan elke dag een beetje. Vaak sproeien maakt het gazon lui en zorgt voor oppervlakkige beworteling. Sproei bij voorkeur ‘s avonds of ‘s nachts.

TIP: beregen uw gazon volautomatisch met een sprinklerinstallatie van Gardena. Informeer bij ons of vraag om advies.

4. Verticuteren
Vervilting van uw gazon gaat u tegen met verticuteren: de bovenste laag met messen bewerken. Hiermee verwijdert u mos en vilt en snijdt u de ondergrondse wortels door. Zo blijft de bovenlaag van het gazon luchtig en kan er weer lucht en water bij de wortels komen. Doe dit bij voorkeur in het late voorjaar of het najaar of indien nodig beide. Niet in het vroege voorjaar, want dan kunt u de tere uitlopers beschadigen. Kleine stukjes kunt u behandelen met een verticuteerhark, maar voor grotere oppervlaktes is een machine aan te raden.

5. Beluchten
Wanneer er veel over het gazon wordt gelopen, raakt de grond ingeklonken. Dit uit zich doorgaans in een grasveld vol mos en klaver en bovendien zullen er plekken ontstaan waar het water niet meer wegzakt. Door het beluchten krijgen de wortels weer lucht en water. Dit doet u door de tanden van een greep om de 10/12 centimeter diep in de grond te drukken of u haalt kleine pijpjes aarde uit de grond met een speciale beluchtingsvork met holle. Om de afwatering te bevorderen kunt u daarna eventueel wit zand invegen.Voor grote gazons kunt u ook een beluchtingsmachine huren.

6. Bekalken
Na verloop van tijd kan de grond verzuren. Dit uit zich in een bleke bladkleur, een open structuur en versnelde mosvorming.Kalk strooit u bij voorkeur in januari/februari als voorbereiding op het voorjaar. Hierdoor wordt het aanwezige bodemleven geactiveerd en kunnen de wortels later in het voorjaar de voeding beter opnemen.

TIP: verwerk nooit kalk en mest tegelijkertijd. Als beide stoffen met elkaar in contact komen, verdwijnt door een chemische reactie de kostbare stikstof uit de grond.

Problemen

7. Mos
Mosvorming voorkomt u door voldoende te mesten, ‘s winters kalk te strooien (om de zuurgraad pH-waarde minimaal 5 op peil te houden) en te beluchten. Heeft u al mosvorming in uw gazon? Dan bestrijdt u dit met DCM gazon pur: een langzaamwerkende gazonmeststof met een indirecte werking tegen mos.

8. Onkruid
Onkruid bestrijd u door uw gazon in te spuiten met een speciaal bestrijdingsmiddel tegen onkruid. Voor een goede opname van het middel dient u het gazon een week voor en na de toepassing niet te maaien. ‘s Avonds het middel toepassen bij droog, groeizaam en windstil weer.

9. Schimmels
Sneeuwschimmel kan ontstaan in de herfst tot het voorjaar. In eerste instantie uit zich dat in witte waterige plekken, daarna verkleuren die geel/oranjebruin. Oorzaken kunnen zijn: te hoge pH, veel regen, te veel stikstof in het najaar en te weinig kali. Gebruik kalirijke najaarsbemesting (DCM mix 6) om sneeuwschimmel te voorkomen. Vermijd verspreiding via maaimachine. 

INFO: Rooddraad komt tijdens het hele groeiseizoen voor. De plek verkleurt eerst geelbruin en bij vochtig weer zijn er roze-/roodgekleurde “draden” zichtbaar. Oorzaken: tekort aan stikstof, matige bodemstructuur en een dichtgeslagen toplaag. Bemest voor bestrijding met snel opneembare stikstof (bv DCM Start) en laat extra beluchten.

10. Plagen
Engerlingen zijn larven van de mei-, juni- en rozenkever. Ze vreten aan de graswortels. De aangetaste delen van de grasmat komen los te liggen. U bestrijdt dit met nematoden(draadwormen). Chemische middelen zijn niet toegestaan. 

INFO: Emelten zijn larven van de langpootmug. Deze vreten onder- en bovengrondse grasdelen af. Ook emelten bestrijd u met nematoden.

Alle hierboven genoemde producten zijn bij ons te koop.




J. van der Krol Graszoden & Tuinhout
Copyright 1900-2022
KvK 30149131
Privacyverklaring
Contact
Beheer
Deze website is ontwikkeld door Romilan ICT